home AVM-bloeding Subarachnoidale bloeding
Een subarachnoïdale bloeding (SAB) treedt zeer plotseling op, zonder enige vorm van waarschuwing.. Deze bloeding heet zo door de locatie in het hoofd: net boven de hersenen onder het spinnenwebvlies (arachnoidea). Een AVM in deze subarachnoïdale ruimte kan leiden tot een SAB. U wordt met spoed opgenomen voor de behandeling van de gevolgen van de bloeding.
Het bloed dat in het spinnenwebvlies rondom de hersenen komt, kan zich verspreiden naar de hersenkamers.
Symptomen zijn: acute ernstige hoofdpijn, misselijkheid, braken, neurologische uitvalsverschijnselen, stijve nek, epilepsie en bewustzijnsdaling of bewustzijnsverlies.

Opname in het ziekenhuis

Het is noodzakelijk dat u na een subarachnoïdale bloeding spoedeisende hulp krijgt en zo snel mogelijk in een ziekenhuis komt waar het AVM kan worden behandeld.

lees meer

Opname in het ziekenhuis

Het is noodzakelijk dat u na een subarachnoïdale bloeding spoedeisende hulp krijgt en zo snel mogelijk in een ziekenhuis komt waar het aneurysma kan worden behandeld. U kunt aan de aandoening overlijden of er ernstige schade aan overhouden. De kans op een nieuwe bloeding is groot. Nadat we het aneurysma dat heeft gebloed gevonden hebben, dan proberen we het aneurysma zo snel mogelijk te behandelen. Ook kan de ophoping van het hersenvocht een levensbedreigend probleem zijn. In dat geval krijgt u een drain in de hersenkamer zodat het vocht kan aflopen. De eerste weken na de bloeding kunnen grillig verlopen doordat er regelmatig nog complicaties optreden, zoals doorbloedingsproblemen van de hersenen, metabole ontregeling of infecties.


  • Als u in het ziekenhuis wordt opgenomen, omdat we denken dat u een hersenbloeding heeft, maken we eerst een CT-scan (Computer Tomografie) van de hersenen. Door middel van röntgenstralen wordt een dwarsdoorsnede van het hoofd gemaakt. We kunnen dan zien wat voor soort hersenbloeding u heeft gehad. De bloedvaten kunnen met een CT-scan goed in beeld worden gebracht als we via de ader in uw arm contrastvloeistof inspuiten (CT-angiografie). Zo kunnen we een eventuele AVM opsporen.
    Als op de CT-scan geen bloeding is te zien, dan krijgt u 24 uur nadat de klachten begonnen zijn een ruggenprik. Via deze ruggenprik nemen we hersenvocht af. Aan het hersenvocht kunnen we zien of er een subarachnoïdale bloeding is geweest.


Complicaties

Complicaties na een subarachnoïdale bloeding kunnen erg verschillend zijn en zijn afhankelijk van de grootte en de locatie van de bloeding. We geven uitleg over de meest voorkomende complicaties.

lees meer

Complicaties


  • In de eerste uren na een subarachnoïdale bloeding is de kans op een nieuwe bloeding het grootst. Als het AVM niet behandeld wordt, blijft dit risico de eerste weken na de bloeding groter. Een nieuwe bloeding geeft acute verslechtering, niet of ongelijk reageren van de pupillen of daling van het bewustzijn.


Ontslag uit het ziekenhuis

In de loop van de opname op de verpleegafdeling neemt de medisch- technische behandeling door de neurochirurg langzaam af. Uw verblijf komt meer in het teken te staan van revalideren.

lees meer

Ontslag uit het ziekenhuis

In de loop van de opname op de verpleegafdeling neemt de medisch- technische behandeling door de neurochirurg langzaam af. Uw verblijf komt meer in het teken te staan van revalideren.
Gedurende uw herstel krijgt u advies van uw behandelteam over waar u het beste verder kunt herstellen na de ziekenhuisopname.

Ontslag naar huis

Als het dagelijkse functioneren weer zelfstandig en veilig lukt, dan mag u met ontslag naar huis. Op het afgesproken tijdstip kan uw familie of uw naasten u ophalen. Als u thuis nog therapie nodig heeft, dan wordt u verwezen naar een praktijk voor bijvoorbeeld fysiotherapie of ergotherapie. Als u zorg nodig heeft, vult de verpleegkundige een aanvraag in voor de thuiszorg. Een deskundige van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) zal na overleg met u een advies geven over de zorg die u thuis nodig heeft.
 


  • Revalidatie binnen een revalidatiecentrum

    Voor revalidatie binnen een revalidatiecentrum (Specialistische Medische Revalidatie) moet er sprake zijn van voldoende belastbaarheid en er moet uitzicht zijn op een toekomstig ontslag naar de thuissituatie. Als hiervoor wordt gekozen meldt de revalidatiearts u aan voor deze vorm van  revalidatie. Na het afronden van de neurochirurgische behandeling kan het zijn dat u in de wachttijd op overname, ter overbrugging wordt overgeplaatst naar het perifere ziekenhuis waar u aanvankelijk werd opgevangen.

    Revalidatie binnen het verpleeghuis

    Als uw belastbaarheid zodanig is beperkt dat er nog veel rust nodig is tussen de therapieën door en er wel uitzicht is op een toekomstig ontslag naar de thuissituatie, dan kan gekozen worden voor de Geriatrische Revalidatie Zorg (GRZ) binnen een verpleeghuis. Na het afronden van de neurochirurgische behandeling kan het zijn dat u in de wachttijd op overname ter overbrugging wordt u overgeplaatst naar het perifere ziekenhuis waar u aanvankelijk werd opgevangen.  Het Transferpunt Zorg ondersteunt bij het maken van een keuze uit de verpleeghuizen waar GRZ mogelijk is en zorgt voor de aanmelding.

    Revalidatie voor langere duur in een verpleeghuis

    Als er nog veel ondersteuning nodig is bij de dagelijkse activiteiten en het onzeker is of ontslag naar de thuissituatie nog binnen de mogelijkheden valt dan is een langdurig verblijf met revalidatie in een verpleeghuis een optie (indicatie 9b). Er is langere tijd beschikbaar om te herstellen en mocht het kunnen dan is ontslag naar de thuissituatie mogelijk.  Na het afronden van de neurochirurgische behandeling kan het zijn dat u in de wachttijd op overname ter overbrugging wordt u overgeplaatst naar het perifere ziekenhuis waar u aanvankelijk werd opgevangen. Het Transferpunt Zorg ondersteunt bij het maken van een keuze uit de verpleeghuizen waar verblijf binnen indicatie 9b mogelijk is.
     

    Vroege Intensieve neurorevalidatie (VIN)

    VIN is een intensief revalidatieprogramma voor patiënten die ernstig hersenletsel hebben opgelopen en daardoor in een toestand van verminderd bewustzijn verkeren. Het VIN programma kan een belangrijke bijdrage leveren aan het herstel van het bewustzijn. Er zijn slechts enkele centra in Nederland waar dit programma  wordt toegepast. In zuid Nederland is dit Libranet, revalidatie centrum het Leijpark in Tilburg. De indicatie stelling gebeurt door de revalidatieartsen van de instelling.    
     

    Langdurig verblijf in een verpleegtehuis

    Als de zelfzorg grotendeels wordt overgenomen en er geen verwachting  is dat herstel zodanig nog plaats zal vinden dat ontslag naar een thuissituatie mogelijk wordt, dan is opname voor langdurig verblijf voor de hand liggend. De ervaring leert dat dit bij  jongere patiënten na een hersenbloeding  zelden voorkomt. Na het afronden van de neurochirurgische behandeling kan het zijn dat u in de wachttijd op overname ter overbrugging wordt overgeplaatst naar het perifere ziekenhuis waar u aanvankelijk werd opgevangen. Het Transferpunt Zorg ondersteunt bij het maken van een keuze uit de verpleeghuizen waar langdurig verblijf mogelijk is.
     


Nazorg

In Nederland is nazorg per ziekenhuis anders geregeld. In veel ziekenhuizen gebeurt dit op de zogenaamde nazorgpoli.

lees meer

Weten­schappelijk onderzoek

Er is een aantal wetenschappelijke onderzoeken bij het Radboudumc waar u aan deel kunt nemen.

lees meer

Weten­schappelijk onderzoek


  • De mRS PROM studie is een onderzoek waarmee we de zorg voor mensen die een subarachnoïdale bloeding (SAB) hebben gehad willen verbeteren. Dit willen we doen door de klachten of problemen van patiënten goed op een rij te zetten. De verbetering houdt in dat patiënt en naasten door middel van een vragenlijst voor de afspraak aan kunnen geven, wat zij met de specialist willen bespreken.

    Het onderzoek bestaat uit 3 fases:

    • Fase 1: door middel van interviews met zorgverleners en patiënten proberen we uit te zoeken hoe we de zorg na de SAB het beste in kunnen richten. Daarbij willen we van patiënten bijvoorbeeld weten wat voor klachten zij hebben gehad, wat voor beperkingen zij hebben in het dagelijks leven en wat de kwaliteit van leven beïnvloedt. Daarnaast zullen we een aantal vragenlijsten voorleggen, zodat we kunnen bespreken of de vragen belangrijk voor hen zijn en of de vragen op een goede manier zijn gesteld.
    • Fase 2: de vragenlijst wordt in de praktijk toegepast en de betrouwbaarheid van de vragenlijst wordt bepaald (onder andere bepalen we of de vragenlijst wel meet wat we denken te meten).
    • Fase 3: we evalueren samen met de patiënten en zorgverleners wat voordelen, of misschien ook nadelen zijn aan het invullen en bespreken van de vragenlijst en we evalueren of er dingen zijn die  anders of beter kunnen.